De toekomst van ERE’s (Energieprestatievergoedingen) in Nederland staat volop in de belangstelling, vooral nu energiekosten voor bedrijven steeds zwaarder wegen. ERE’s zijn vergoedingen die verhuurders kunnen vragen aan huurders wanneer zij investeren in energiebesparende maatregelen, en de regelgeving rondom deze vergoedingen is volop in beweging. Als je wilt weten hoe je als ondernemer optimaal gebruik kunt maken van deze regeling, kun je altijd contact opnemen met ons voor onafhankelijk advies. In dit artikel beantwoorden we de meest gestelde vragen over ERE’s en wat de verwachte ontwikkelingen betekenen voor jouw bedrijf.
Een ERE, of Energieprestatievergoeding, is een wettelijk geregelde vergoeding die een verhuurder bovenop de kale huurprijs mag vragen wanneer de woning of het pand aantoonbaar energiezuiniger is gemaakt. De vergoeding compenseert de investering in verduurzaming en is bedoeld als stimulans voor verhuurders om te investeren in energiebesparende maatregelen zoals zonnepanelen, isolatie of warmtepompen.
Recht op een ERE hebben verhuurders die aantoonbaar hebben geïnvesteerd in maatregelen die de energieprestatie van het pand structureel verbeteren. In de zakelijke context gaat het dan om huurcontracten waarbij de verhuurder de investering heeft gedaan en de huurder profiteert van lagere energiekosten. De hoogte van de ERE is wettelijk gemaximeerd en afhankelijk van de omvang van de energiebesparing die de maatregelen opleveren.
Belangrijk om te weten is dat een ERE altijd gepaard moet gaan met een aantoonbare verlaging van de energiekosten voor de huurder. De vergoeding mag dus nooit hoger zijn dan de daadwerkelijke besparing die de huurder realiseert. Dit principe van kostenbalans beschermt huurders en zorgt tegelijkertijd voor een eerlijke vergoeding voor de investerende verhuurder.
In 2026 worden verdere aanscherpingen van de ERE-regelgeving verwacht, met name gericht op transparantie en controleerbaarheid. De overheid werkt aan duidelijkere richtlijnen voor de berekening van energiebesparingen en de maximale hoogte van de vergoeding, zodat zowel verhuurders als huurders beter weten waar ze aan toe zijn.
Een van de verwachte veranderingen is een sterkere koppeling tussen de ERE en erkende energielabels en certificeringen. Dit betekent dat verhuurders steeds vaker verplicht worden om hun investeringen te laten valideren door gecertificeerde partijen voordat zij een ERE mogen opvoeren. Voor ondernemers die huren, biedt dit meer zekerheid dat de gevraagde vergoeding daadwerkelijk gerechtvaardigd is.
Daarnaast groeit de politieke druk om ERE’s breder in te zetten als instrument voor de energietransitie. Meer sectoren en panden komen mogelijk in aanmerking, en de maximumbedragen kunnen worden aangepast om investeringen in geavanceerdere technologieën zoals batterijoplossingen aantrekkelijker te maken voor verhuurders.
Energie-intensieve bedrijven in sectoren zoals productie, logistiek, horeca en detailhandel profiteren het meest van ERE’s. Dit zijn precies de sectoren waar energiekosten een groot deel van de operationele kosten uitmaken, en waar besparingen door verduurzaming het snelst zichtbaar zijn in de winstmarge.
Bedrijven die huren in panden waar de verhuurder bereid is te investeren in energiebesparende maatregelen, staan in een bijzonder gunstige positie. Zij hoeven zelf geen grote investeringen te doen, maar profiteren wel van lagere energierekeningen. De ERE zorgt ervoor dat de verhuurder een financiële prikkel heeft om te verduurzamen, wat direct voordeel oplevert voor de huurder.
MKB-ondernemers met meerdere vestigingen of grote bedrijfsruimtes zien de impact van ERE-gerelateerde besparingen het sterkst terug in hun totale energiekosten. Hoe groter het energieverbruik, hoe groter het absolute voordeel van een lagere energierekening als gevolg van de verduurzamingsinvesteringen van de verhuurder.
Een ERE is geen subsidie, maar een vergoedingsregeling tussen verhuurder en huurder. Het grootste verschil met traditionele energiesubsidies is dat een ERE niet door de overheid wordt uitgekeerd, maar direct in de huurovereenkomst wordt verwerkt. Subsidies zoals de SDE++ of ISDE worden aangevraagd bij de overheid en zijn eenmalige of periodieke uitkeringen voor specifieke investeringen.
Bij een ERE betaalt de huurder een hogere huurprijs in ruil voor aantoonbaar lagere energiekosten. Het nettoresultaat voor de huurder is financieel neutraal of positief: de hogere huur wordt gecompenseerd door de lagere energierekening. Bij subsidies ontvangt de investerende partij een directe financiële bijdrage zonder dat dit direct doorwerkt in de huurprijs.
Een ander belangrijk verschil is de looptijd. Subsidies zijn vaak tijdelijk en afhankelijk van beschikbare budgetten. Een ERE is structureel onderdeel van het huurcontract en biedt daarmee meer langetermijnzekerheid voor zowel verhuurder als huurder. Voor ondernemers die willen weten hoe ze verschillende regelingen slim combineren, leggen we onze werkwijze graag aan je uit.
Het is slim om een ERE-aanvraag te starten zodra er concrete plannen zijn voor verduurzaming van het huurpand en er een goede samenwerking is met de verhuurder. Hoe eerder de afspraken worden vastgelegd, hoe sneller de huurder profiteert van lagere energiekosten en hoe sneller de verhuurder zijn investering terugverdient.
De beste timing is bij het verlengen of afsluiten van een nieuw huurcontract. Op dat moment is er ruimte om de ERE als onderdeel van de huuronderhandeling mee te nemen, zonder dat bestaande contractuele verplichtingen in de weg staan. Wacht je tot midden in een lopend contract, dan is aanpassing juridisch complexer en tijdrovender.
Verder is het verstandig om een ERE-aanvraag te starten wanneer energieprijzen hoog zijn of naar verwachting zullen stijgen. In dat geval is de potentiële besparing groter, wat de business case voor de verhuurder sterker maakt. Een goede energieadviseur helpt je de juiste timing te bepalen en de onderhandeling met de verhuurder te ondersteunen. Wil je weten of een ERE voor jouw situatie interessant is? Neem contact op en we kijken samen naar de mogelijkheden voor jouw bedrijf.
Nee, een ERE kan niet eenzijdig worden opgelegd. Het moet altijd schriftelijk worden overeengekomen tussen verhuurder en huurder, bij voorkeur als onderdeel van het huurcontract of een contractuele aanpassing. Beide partijen moeten instemmen met de hoogte van de vergoeding en de bijbehorende energiebesparende maatregelen. Weigert een huurder, dan kan de verhuurder de ERE niet afdwingen zonder juridische stappen.
Een veelgemaakte fout is het ontbreken van een gedegen nulmeting van het energieverbruik vóór de verduurzamingsinvesteringen, waardoor het later moeilijk is de daadwerkelijke besparing aan te tonen. Ook worden de maximale wettelijke grenzen voor de ERE-hoogte regelmatig overschreden doordat partijen onvoldoende op de hoogte zijn van de geldende regelgeving. Zorg daarom altijd voor een onafhankelijke energieadviseur die de berekeningen en documentatie controleert voordat de overeenkomst wordt ondertekend.
Als huurder heb je het recht om inzage te vragen in de berekeningen en de onderbouwing van de ERE, inclusief de energieprestatiecertificaten en investeringsoverzichten van de verhuurder. Een onafhankelijke energieadviseur of een gecertificeerde energiedeskundige kan de berekening toetsen aan de wettelijke normen en controleren of de gevraagde vergoeding in verhouding staat tot de werkelijke besparing. Klopt de berekening niet, dan kun je bezwaar maken of de vergoeding laten herzien via een huurgeschillencommissie.
Ja, het is in principe mogelijk om een ERE te combineren met overheidssubsidies zoals de SDE++ of ISDE, maar hier gelden strikte voorwaarden om dubbele financiering te voorkomen. De subsidie wordt doorgaans aangevraagd door de investerende partij (de verhuurder), terwijl de ERE de relatie tussen verhuurder en huurder regelt. Het is essentieel dat een energieadviseur de combinatie van regelingen zorgvuldig doorrekent, zodat je optimaal profiteert zonder in strijd te handelen met de subsidievoorwaarden.
Bij tussentijdse beëindiging van de huurovereenkomst vervalt de ERE-verplichting voor de huurder in principe op het moment dat het contract eindigt, tenzij in de overeenkomst andere afspraken zijn vastgelegd. Het is verstandig om bij het opstellen van de ERE-overeenkomst duidelijke clausules op te nemen over wat er gebeurt bij vroegtijdige beëindiging, zodat beide partijen niet voor verrassingen komen te staan. Laat deze clausules altijd beoordelen door een jurist of energiespecialist met kennis van huurrecht.
Begin het gesprek met een concrete energieanalyse van het pand, zodat je de verhuurder direct kunt laten zien welke besparingen haalbaar zijn en wat de terugverdientijd van de investering is. Benadruk dat een ERE voor de verhuurder een gegarandeerde en wettelijk geregelde manier is om de verduurzamingsinvestering terug te verdienen, wat het voorstel aantrekkelijk maakt. Een onafhankelijke energieadviseur kan je helpen een overtuigend voorstel op te stellen en de onderhandeling te begeleiden.
Niet alle verduurzamingsinvesteringen komen automatisch in aanmerking voor een ERE; de maatregelen moeten aantoonbaar leiden tot een structurele verbetering van de energieprestatie van het pand, zoals zonnepanelen, gevelisolatie, HR-beglazing, warmtepompen of geavanceerde batterijoplossingen. De investering moet bovendien worden onderbouwd met erkende energiecertificaten of rapporten van gecertificeerde partijen. Met de verwachte aanscherpingen in 2026 wordt de lijst van erkende maatregelen naar verwachting uitgebreid, maar ook strenger getoetst op meetbare impact.