ERE’s, oftewel Energie Registratie Eenheden, passen in een net-zero strategie als een instrument waarmee bedrijven de herkomst van hun energieverbruik aantoonbaar groen maken. Ze vormen geen vervanging voor directe emissiereductie, maar vullen een net-zero aanpak aan door de duurzame oorsprong van verbruikte energie te documenteren en te certificeren. In dit artikel beantwoorden we de meest gestelde vragen over ERE’s en hoe je ze slim inzet als onderdeel van je verduurzamingsstrategie. Heb je vragen over jouw specifieke situatie? Neem gerust contact op en we helpen je graag verder.
ERE’s, oftewel Energie Registratie Eenheden, zijn certificaten die bewijzen dat een bepaalde hoeveelheid elektriciteit afkomstig is uit een hernieuwbare bron, zoals wind, zon of water. Voor elke megawattuur (MWh) duurzame energie die een producent opwekt, wordt één ERE uitgegeven. Bedrijven kunnen deze certificaten kopen om hun eigen energieverbruik administratief als groen te verantwoorden.
Het systeem werkt via een geregistreerd garantiestelsel. Wanneer een bedrijf een ERE aankoopt, wordt dit certificaat gekoppeld aan een specifieke productie-installatie en een specifieke periode. Na gebruik wordt het certificaat ingenomen zodat het niet opnieuw verkocht kan worden. Dit voorkomt dubbeltelling en zorgt voor betrouwbare rapportage.
ERE’s zijn daarmee een administratief instrument, geen fysiek product. Ze garanderen niet dat de stroom die letterlijk door jouw stopcontact stroomt van een windmolen komt, maar ze bewijzen wel dat er ergens in het energienet een gelijkwaardige hoeveelheid groene stroom is ingevoed ter compensatie van jouw verbruik.
ERE’s dragen bij aan een net-zero doelstelling doordat ze bedrijven in staat stellen hun energiegerelateerde CO2-uitstoot op scope 2-niveau te rapporteren als nul. Scope 2-emissies zijn de indirecte emissies die ontstaan door de inkoop van elektriciteit. Door ERE’s in te zetten, kan een bedrijf aantonen dat de verbruikte elektriciteit volledig afkomstig is uit hernieuwbare bronnen.
Binnen erkende rapportagestandaarden, zoals het GHG Protocol, wordt de marktgebaseerde methode gehanteerd waarbij ERE’s direct invloed hebben op de gerapporteerde scope 2-uitstoot. Bedrijven die streven naar net-zero kunnen daarmee een aanzienlijk deel van hun emissiebalans aanpakken via certificaten, terwijl ze parallel werken aan verdere verduurzaming van hun processen.
Het is wel belangrijk om ERE’s te zien als onderdeel van een bredere strategie. Een echte net-zero doelstelling vereist ook aandacht voor scope 1-emissies (directe uitstoot) en scope 3-emissies (de keten). ERE’s zijn een waardevol instrument, maar geen eindpunt op de weg naar klimaatneutraliteit.
Het belangrijkste verschil is dat ERE’s de herkomst van energie certificeren, terwijl CO2-compensatiecertificaten de neutralisatie van al uitgestoten emissies bewijzen. ERE’s voorkomen als het ware dat er emissies worden gerapporteerd door te bewijzen dat gebruikte energie groen is. CO2-compensatie, ook wel carbon offsets genoemd, neutraliseert emissies achteraf via projecten zoals herbebossing of methaanapvang.
ERE’s werken aan de voorkant van de energieketen. Ze zijn bedoeld voor de verantwoording van elektriciteitsinkoop en vallen onder scope 2-rapportage. CO2-compensatiecertificaten worden doorgaans ingezet voor emissies die niet anders te reduceren zijn, en vallen eerder onder scope 1 of scope 3.
Vanuit een geloofwaardigheidsperspectief worden ERE’s in het bedrijfsleven steeds vaker verkozen boven brede compensatieprojecten, omdat de koppeling tussen energieverbruik en hernieuwbare productie directer en transparanter is. Toch staan beide instrumenten onder toenemende kritische aandacht, wat de noodzaak benadrukt om ze altijd te combineren met concrete reductiemaatregelen.
Sectoren met een hoog elektriciteitsverbruik profiteren het meest van ERE’s, omdat de impact op de scope 2-rapportage daar het grootst is. Denk aan de industrie, de logistiek, de horeca en de retailsector. Voor energie-intensieve bedrijven kan de inzet van ERE’s een substantieel verschil maken in hun totale CO2-voetafdruk op papier.
Productiebedrijven die grote machines of klimaatinstallaties draaien, hebben doorgaans een hoog jaarlijks elektriciteitsverbruik. Door ERE’s in te kopen die overeenkomen met dat verbruik, kunnen ze hun duurzaamheidsrapportage aanzienlijk verbeteren zonder direct te investeren in eigen opwek. Hetzelfde geldt voor datacenters, koelhuizen en grootschalige detailhandel met veel vestigingen.
Ook voor MKB-bedrijven die willen voldoen aan de duurzaamheidseisen van grote opdrachtgevers of aanbestedingen, zijn ERE’s een praktische oplossing. Steeds meer inkoopprocessen vragen leveranciers om aantoonbaar groen energieverbruik te kunnen verantwoorden, en ERE’s bieden daarvoor een erkend bewijs.
ERE’s integreer je in een bestaand energiecontract door ze als aanvullende certificaten in te kopen via je energieleverancier of een gespecialiseerde certificatenmarkt, of door bij contractverlenging te kiezen voor een groen energiecontract waarbij ERE’s standaard zijn inbegrepen. In beide gevallen worden de certificaten gekoppeld aan jouw verbruiksdata.
Bij het afsluiten of verlengen van een zakelijk energiecontract is het verstandig om expliciet te vragen naar de herkomst van de ERE’s. Niet alle groene contracten zijn gelijkwaardig. Sommige leveranciers kopen goedkope ERE’s uit landen ver buiten Nederland, terwijl andere kiezen voor lokaal opgewekte hernieuwbare energie. Dit verschil is relevant voor de geloofwaardigheid van je duurzaamheidsrapportage.
Wij helpen bedrijven bij het analyseren van hun huidige contract en het vinden van een aanpak die zowel kostenefficiënt als inhoudelijk sterk is. Bekijk onze werkwijze om te zien hoe we dat in de praktijk aanpakken. Een goede integratie van ERE’s begint altijd met inzicht in je actuele verbruiksprofiel en contractvoorwaarden.
Voor het inzetten van ERE’s zelf zijn er in 2026 geen directe subsidies beschikbaar, omdat ERE’s een administratief instrument zijn en geen investering in installaties of technologie. Subsidies zijn doorgaans gekoppeld aan fysieke verduurzamingsmaatregelen, zoals de aanschaf van zonnepanelen, warmtepompen of batterijoplossingen.
Wel kunnen bedrijven die actief werken aan verduurzaming, inclusief het gebruik van ERE’s als onderdeel van hun strategie, in aanmerking komen voor subsidieregelingen die bredere klimaatdoelstellingen ondersteunen. Denk aan de SDE++ voor hernieuwbare energieproductie, of de ISDE voor kleinschalige duurzame installaties. Deze regelingen richten zich op de productiekant van groene energie, niet op de certificatenkant.
Het is verstandig om subsidies en ERE’s als complementaire instrumenten te beschouwen. Subsidies helpen je de fysieke verduurzaming te financieren, terwijl ERE’s de administratieve verantwoording ondersteunen. Samen vormen ze een krachtig duo in een samenhangende net-zero strategie.
Wil je weten hoe ERE’s concreet passen in de energiestrategie van jouw bedrijf, en welke combinatie van maatregelen voor jou het meest oplevert? Neem contact op en we denken graag met je mee over een aanpak die past bij jouw sector, verbruik en doelstellingen.
Het aantal benodigde ERE's is gelijk aan je totale jaarlijkse elektriciteitsverbruik in megawattuur (MWh). Verbruikt jouw bedrijf bijvoorbeeld 500 MWh per jaar, dan heb je 500 ERE's nodig om je scope 2-uitstoot volledig als nul te rapporteren. Je energieleverancier of een onafhankelijke energieadviseur kan je helpen dit verbruik nauwkeurig in kaart te brengen op basis van je meterdata en contractgegevens.
Een veelgemaakte fout is het inkopen van ERE's zonder te letten op de herkomst of het productiejaar van de certificaten. ERE's uit oudere installaties of uit landen met een al hoog aandeel hernieuwbare energie worden door steeds meer stakeholders als minder geloofwaardig beschouwd. Daarnaast vergeten bedrijven regelmatig om ERE's tijdig in te leveren vóór de rapportagedeadline, waardoor ze niet meegeteld worden in de officiële emissiebalans. Zorg altijd voor een duidelijke administratieve koppeling tussen de certificaten en het betreffende rapportagejaar.
Ja, maar dan is het belangrijk om onderscheid te maken tussen het deel van je verbruik dat je zelf opwekt en het deel dat je van het net afneemt. Voor de zelf opgewekte en direct verbruikte stroom heb je geen ERE's nodig, omdat de herkomst al aantoonbaar groen is. Voor het resterende netverbruik kun je ERE's inzetten om ook dat deel groen te verantwoorden. Een nauwkeurige energiemeting en een goed inzicht in je netto verbruiksprofiel zijn hierbij essentieel.
Betrouwbare ERE's zijn geregistreerd in een erkend garantiestelsel, zoals het Nederlandse systeem dat beheerd wordt via CertiQ (nu onderdeel van Vertogas). Vraag je leverancier altijd om transparantie over de productie-installatie, het land van herkomst en het productiejaar van de certificaten. Certificaten met een specifieke koppeling aan Nederlandse of nabijgelegen Europese hernieuwbare bronnen gelden als het meest geloofwaardig binnen gangbare rapportagestandaarden zoals het GHG Protocol.
ERE's zijn primair een instrument voor scope 2-rapportage en hebben geen directe invloed op je scope 3-emissies. Scope 3 omvat de indirecte emissies in je waardeketen, zoals die van leveranciers en klanten, en vereist andere reductiemaatregelen en rapportagemethoden. Toch kunnen ERE's indirect bijdragen aan je scope 3-positie als je als leverancier zelf aantoonbaar groen opereert, omdat jouw klanten jouw emissies meenemen in hun eigen scope 3-berekeningen.
Als je een jaar geen ERE's inkoopt, moet je je scope 2-emissies voor dat jaar rapporteren op basis van de locatiegebaseerde methode, waarbij de gemiddelde emissiefactor van het elektriciteitsnet wordt gebruikt. Dit kan leiden tot een significante stijging van je gerapporteerde CO2-uitstoot ten opzichte van voorgaande jaren, wat vragen kan oproepen bij stakeholders, investeerders of opdrachtgevers. Het is daarom verstandig om ERE's structureel te integreren in je jaarlijkse energiestrategie en contractbeheer, zodat er geen gaten vallen in je rapportage.
Een Power Purchase Agreement (PPA) is een langetermijncontract waarbij je als bedrijf rechtstreeks groene stroom inkoopt bij een specifieke producent, zoals een windpark of zonnepark. Bij een PPA zijn de bijbehorende ERE's doorgaans al inbegrepen en direct gekoppeld aan een concrete installatie, wat de geloofwaardigheid en traceerbaarheid van je groene energieclaim versterkt. ERE's die los worden ingekocht via de certificatenmarkt bieden minder directe koppeling, maar zijn een toegankelijkere en flexibelere optie voor bedrijven die (nog) niet klaar zijn voor een PPA-constructie.