ERE’s (Energy-Related Emissions) gebruik je als onderdeel van je CSRD-rapportage door ze systematisch te meten, te koppelen aan de juiste ESRS-standaard en op te nemen in je klimaatrapportage. Voor MKB-ondernemers die voor het eerst met CSRD te maken krijgen, kan dit technisch aanvoelen. Wij helpen je hier graag mee verder, dus neem gerust contact op als je vragen hebt.
ERE’s, oftewel Energy-Related Emissions, zijn broeikasgasemissies die indirect ontstaan door het opwekken van energie die jouw bedrijf verbruikt. Ze vallen buiten de directe uitstoot van je eigen installaties (Scope 1) en buiten de emissies van ingekochte elektriciteit (Scope 2), maar hangen er nauw mee samen. ERE’s worden ook wel aangeduid als aanvullende Scope 2-emissies of upstream energiegerelateerde emissies.
Het verschil is concreet: Scope 1 omvat emissies die je zelf veroorzaakt, bijvoorbeeld door een gasgestookte verwarmingsinstallatie. Scope 2 omvat de emissies die vrijkomen bij het opwekken van de elektriciteit die jij inkoopt. ERE’s gaan een stap verder en omvatten emissies die ontstaan bij de winning, productie en het transport van de brandstoffen en energie die worden gebruikt om jouw energie te produceren. Denk aan de emissies die vrijkomen bij het winnen van aardgas dat vervolgens wordt verbrand om jouw stroom op te wekken.
Voor CSRD-rapportage is dit onderscheid relevant omdat ERE’s verplicht gerapporteerd moeten worden als onderdeel van een volledig emissieoverzicht. Ze geven een realistischer beeld van de werkelijke klimaatimpact van je energieverbruik dan Scope 1 en 2 alleen.
ERE-rapportage valt onder ESRS E1, de klimaatstandaard binnen het European Sustainability Reporting Standards-raamwerk. Deze standaard verplicht ondernemingen om hun volledige broeikasgasemissies te rapporteren, inclusief de energiegerelateerde emissies die niet al zijn opgenomen in Scope 1 en 2. ESRS E1 sluit aan op het GHG Protocol, de internationaal erkende methodiek voor emissieberekeningen.
Concreet schrijft ESRS E1 voor dat je rapporteert over alle Scope 1, 2 en 3-emissies, waarbij ERE’s worden meegenomen als onderdeel van de Scope 3-categorie “upstream energiegerelateerde activiteiten”. Dit is Scope 3 categorie 3 volgens het GHG Protocol. Hoewel ERE’s technisch gezien Scope 3-emissies zijn, worden ze in de CSRD-context apart benoemd vanwege hun directe relatie met het energieverbruik dat je al rapporteert.
Bedrijven die in 2026 voor het eerst CSRD-plichtig zijn, doen er verstandig aan om ESRS E1 als leidraad te nemen voor de structuur van hun klimaatrapportage. De standaard bepaalt niet alleen wat je rapporteert, maar ook hoe je het presenteert en welke context je moet meegeven.
Je berekent ERE’s door je energieverbruik te vermenigvuldigen met specifieke emissiefactoren die de upstream emissies vertegenwoordigen. De berekening volgt drie stappen: inventariseer je energieverbruik per energietype, koppel de juiste upstream emissiefactor aan elk energietype en tel de resultaten op tot een totaal in CO2-equivalenten.
De basisformule ziet er als volgt uit:
Let op dat je dubbeltelling vermijdt. De verbrandingsemissies van aardgas staan al in Scope 1, dus de ERE voor aardgas omvat alleen de upstream emissies, niet de verbranding zelf. Voor elektriciteit zijn de ERE’s de upstream emissies van de brandstofketen die nodig was om die stroom op te wekken, los van de marktgebaseerde of locatiegebaseerde Scope 2-emissies.
De meest geschikte databronnen voor ERE-berekeningen zijn erkende emissiefactordatabases die upstream emissies per energietype publiceren. De belangrijkste zijn de IPCC-emissiefactoren, de Ecoinvent-database, de DEFRA-richtlijnen (Brits, maar breed geaccepteerd in Europa) en de nationale emissiefactoren van het RIVM voor de Nederlandse energiemix.
De spend-based methode gebruikt energiefacturen als vertrekpunt en combineert die met gemiddelde upstream emissiefactoren per energietype. Dit is de meest toegankelijke methode voor MKB-bedrijven omdat de data al beschikbaar is in je administratie. De nauwkeurigheid is acceptabel voor CSRD-rapportage zolang je erkende emissiefactoren gebruikt.
De activiteitgebaseerde methode gaat uit van je werkelijke energieverbruik in kilowattuur of kubieke meters en koppelt dat aan specifieke upstream factoren. Deze methode is nauwkeuriger dan de spend-based aanpak en wordt aanbevolen wanneer je energieverbruik significant is of sterk varieert per locatie of installatie. Slimme energiemeters en energiemanagementsystemen leveren hier de benodigde granulaire data.
Je integreert ERE-data in je CSRD-rapportageproces door het als een vaste subcategorie op te nemen in je bestaande emissie-inventaris, direct naast je Scope 1 en 2-gegevens. ERE’s horen thuis in het Scope 3-overzicht, maar worden het best beheerd als onderdeel van je energie-administratie, omdat de brondata dezelfde is als voor Scope 1 en 2.
Praktisch gezien betekent dit dat je je energiefacturen en verbruiksdata uitbreidt met een extra kolom voor upstream emissiefactoren. Veel bedrijven die al werken met een energiemanagementsysteem of een CO2-footprinttool kunnen ERE’s toevoegen als extra berekening op bestaande data. Je hoeft dus geen volledig nieuw dataverzamelingsproces op te zetten.
Wil je weten hoe onze werkwijze voor energieadvies aansluit op je rapportagebehoeften? Een gestructureerde aanpak van je energiedata legt de basis voor zowel kostenoptimalisatie als correcte CSRD-rapportage. Zorg er ook voor dat je ERE-berekeningen gedocumenteerd zijn met verwijzingen naar de gebruikte emissiefactoren en de rapportageperiode, zodat je rapportage controleerbaar en herhaalbaar is.
De meest voorkomende fout bij ERE-rapportage is dubbeltelling: het meerekenen van verbrandingsemissies die al in Scope 1 zijn opgenomen. Andere veelgemaakte fouten zijn het gebruiken van verouderde emissiefactoren, het ontbreken van documentatie over de gebruikte methode en het niet consistent toepassen van de rapportageperiode.
Een overzicht van de fouten die je wilt vermijden:
Een praktisch hulpmiddel om fouten te voorkomen is een intern validatiemoment waarbij je de ERE-berekening vergelijkt met je Scope 1 en 2-totalen. Als de ERE’s een onrealistisch hoog percentage vormen van je totale emissies, is er waarschijnlijk sprake van dubbeltelling of een verkeerde emissiefactor.
Heb je hulp nodig bij het opzetten van een correcte energie-administratie als basis voor je CSRD-rapportage? Neem contact op en wij kijken samen met je naar de beste aanpak voor jouw bedrijf.
De CSRD-rapportageplicht wordt gefaseerd ingevoerd. Grote ondernemingen zijn als eerste aan de beurt, gevolgd door beursgenoteerde MKB-bedrijven vanaf 2026 en niet-beursgenoteerde MKB-bedrijven naar verwachting vanaf 2027. Als jouw bedrijf CSRD-plichtig is, zijn ERE's verplicht onderdeel van je klimaatrapportage onder ESRS E1. Twijfel je of jouw bedrijf al onder de rapportageplicht valt? Controleer dan de drempelwaarden: meer dan 250 medewerkers, een jaaromzet boven €50 miljoen of een balanstotaal boven €25 miljoen zijn de criteria voor grote ondernemingen.
Begin met het verzamelen van je energiefacturen over het afgelopen kalenderjaar, want die vormen de basis voor zowel je Scope 1-, Scope 2- als ERE-berekeningen. Structureer de data per energiebron (aardgas, elektriciteit, stookolie) en koppel vervolgens de bijbehorende emissiefactoren uit een erkende database zoals RIVM of DEFRA. Het is raadzaam om dit eerste jaar samen te doen met een energieadviseur of CSRD-specialist, zodat je een herhaalbaar en controleerbaar proces opzet dat je in volgende rapportagejaren zelfstandig kunt uitvoeren.
Bij de locatiegebaseerde methode gebruik je de gemiddelde emissiefactor van het nationale elektriciteitsnet, terwijl de marktgebaseerde methode rekening houdt met contractuele afspraken zoals groenestroomcertificaten (GOs). Voor ERE's geldt dat je de upstream emissiefactoren toepast die overeenkomen met de methode die je ook voor Scope 2 hanteert, zodat je rapportage intern consistent blijft. Als je groene stroom inkoopt met certificaten en daardoor een lage marktgebaseerde Scope 2 rapporteert, gebruik dan ook de bijbehorende upstream factoren voor je ERE-berekening om appels met appels te vergelijken.
ERE-berekeningen worden jaarlijks bijgewerkt als onderdeel van je CSRD-rapportage, waarbij je altijd de meest recente emissiefactoren gebruikt die van toepassing zijn op het rapportagejaar. De Nederlandse elektriciteitsmix verandert jaarlijks door de groei van wind- en zonne-energie, waardoor de upstream emissiefactor voor elektriciteit kan dalen. Houd de jaarlijkse updates van het RIVM bij en documenteer welke versie van de emissiefactoren je per rapportagejaar hebt gebruikt, zodat veranderingen in je emissies verklaarbaar zijn en niet worden verward met verbeteringen in je eigen energiegebruik.
Ja, overstappen op hernieuwbare energie heeft direct effect op je ERE's. Zonne-energie die je zelf opwekt heeft aanzienlijk lagere upstream emissies dan aardgas of grijze stroom, en dat verschil is zichtbaar in je ERE-berekening. In je CSRD-rapportage kun je deze reductie presenteren als een concrete klimaatmaatregel, mits je de vergelijking onderbouwt met de emissiefactoren van het voorgaande jaar. Dit maakt investeringen in duurzame energie niet alleen financieel aantrekkelijk, maar ook aantoonbaar waardevol voor je duurzaamheidsrapportage.
Er zijn verschillende tools beschikbaar die ERE-berekeningen ondersteunen, variërend van eenvoudige Excel-sjablonen op basis van GHG Protocol-richtlijnen tot gespecialiseerde CO2-footprinttools zoals Greenly, Normative of de CO2-Prestatieladder-software. Voor MKB-bedrijven is een goed opgezet Excel-model met de juiste emissiefactoren vaak al voldoende om CSRD-compliant te rapporteren. Zorg er bij elke tool voor dat je kunt instellen welke emissiefactoren worden gebruikt en dat de tool een duidelijk onderscheid maakt tussen Scope 1, 2 en 3 (inclusief ERE's als categorie 3), zodat je rapportage aansluit op de ESRS E1-vereisten.
CSRD-rapportages zijn onderworpen aan externe verificatie door een accountant of gecertificeerde auditor, die materiële fouten kan signaleren. Bij aantoonbaar onjuiste rapportage kan een toezichthouder zoals de AFM handhavend optreden, al ligt de focus in de beginjaren van CSRD primair op naleving en verbetering in plaats van directe sancties. Het is daarom verstandig om je ERE-berekeningen goed te documenteren en bij twijfel een second opinion te vragen, zodat je bij een audit transparant kunt aantonen welke keuzes je hebt gemaakt en waarom.