Je kunt ERE’s (Energie-efficiënte investeringen via de Energielijst) combineren met zowel de EIA als de MIA, maar de regels bepalen precies hoe. ERE’s staan op de Energielijst van de RVO en komen in aanmerking voor de Energie-investeringsaftrek (EIA). De MIA geldt voor milieu-investeringen en kan in sommige gevallen naast de EIA worden ingezet, maar nooit voor hetzelfde investeringsbedrag tegelijk. Heb je vragen over jouw specifieke situatie? Neem gerust contact op en we helpen je verder. In dit artikel beantwoorden we de meest gestelde vragen over het combineren van ERE’s met fiscale regelingen.
Een ERE (Energie-efficiënte investering) telt mee voor de EIA als de investering voorkomt op de Energielijst van de RVO, het bedrijfsmiddel zakelijk wordt gebruikt, de investering minimaal het drempelbedrag haalt (in 2026 is dat circa 2.500 euro per bedrijfsmiddel), en je de melding tijdig doet via het eLoket van de RVO. Voldoe je aan al deze voorwaarden, dan mag je een percentage van het investeringsbedrag extra aftrekken van je fiscale winst.
De Energielijst wordt jaarlijks bijgewerkt door de RVO en bevat specifieke codes per type investering. Het is belangrijk dat je de juiste code gebruikt die overeenkomt met jouw investering. Staat een bedrijfsmiddel niet op de lijst, dan kom je niet in aanmerking voor de EIA, ook al is het energiezuinig.
Daarnaast geldt dat de investering betrekking moet hebben op een bedrijfsmiddel dat in Nederland wordt gebruikt. Huurders kunnen ook gebruikmaken van de EIA, mits zij de kosten zelf dragen en het bedrijfsmiddel zakelijk inzetten. Tweedehands apparatuur is in de meeste gevallen uitgesloten, tenzij dit expliciet anders staat vermeld op de Energielijst.
De EIA (Energie-investeringsaftrek) richt zich specifiek op energiebesparing en duurzame energieopwekking, terwijl de MIA (Milieu-investeringsaftrek) breder kijkt naar milieuvriendelijke investeringen. Het aftrekpercentage bij de EIA is doorgaans hoger voor energiegerichte investeringen, maar de MIA dekt een bredere categorie van duurzame bedrijfsmiddelen die niet altijd op de Energielijst staan.
In de praktijk betekent dit dat sommige investeringen alleen voor de EIA in aanmerking komen, andere alleen voor de MIA, en een beperkt aantal voor beide. Het verschil zit in de lijsten waarop de investeringen staan. De EIA werkt met de Energielijst, de MIA met de Milieulijst. Beide lijsten worden jaarlijks gepubliceerd door de RVO.
Voor energiegerichte investeringen is de EIA vaak de meest voordelige route, omdat het aftrekpercentage direct gekoppeld is aan het investeringsbedrag en de belastingbesparing daardoor substantieel kan zijn. De MIA kent meerdere categorieën met verschillende percentages, afhankelijk van de milieuwinst van de investering. Wil je weten welke regeling het beste past bij jouw plannen? Bekijk dan onze werkwijze voor een helder overzicht van hoe wij dit soort analyses aanpakken.
Nee, je kunt de EIA en MIA niet tegelijkertijd toepassen op hetzelfde investeringsbedrag. De regels schrijven voor dat je per investering moet kiezen: óf de EIA, óf de MIA. Combineren op hetzelfde bedrijfsmiddel is niet toegestaan. Wel is het mogelijk om de MIA te combineren met de VAMIL (Willekeurige afschrijving milieu-investeringen), wat een liquiditeitsvoordeel kan opleveren.
Er is echter een situatie waarbij beide regelingen toch naast elkaar kunnen worden gebruikt: wanneer een investering bestaat uit meerdere afzonderlijke componenten die elk op een andere lijst staan. In dat geval kan component A in aanmerking komen voor de EIA en component B voor de MIA, mits ze als aparte bedrijfsmiddelen worden aangemerkt en apart worden gemeld bij de RVO.
Dit vraagt om een nauwkeurige uitsplitsing van de investering en goede documentatie. Een fout in de categorisering kan leiden tot afwijzing of terugvordering. Het is daarom verstandig om dit vooraf goed te laten beoordelen, zodat je de maximale fiscale voordelen benut zonder risico’s te lopen.
Je meldt een ERE-investering aan via het eLoket van de RVO, en dit moet je doen binnen drie maanden na het aangaan van de investeringsverplichting, niet na de betaling of levering. De melding bestaat uit het opgeven van de investeringscode uit de Energielijst, het investeringsbedrag, en de omschrijving van het bedrijfsmiddel. Na goedkeuring ontvang je een bevestiging die je bewaart voor de belastingaangifte.
De meest voorkomende fout is dat bedrijven de melding te laat doen. De termijn van drie maanden begint op de datum van het ondertekenen van het contract of de orderbevestiging, niet op de datum van levering of ingebruikname. Te laat melden betekent automatisch dat je de aftrek misloopt, ongeacht hoe goed de investering verder aan de voorwaarden voldoet.
Bij de melding is het belangrijk om de juiste Energielijst-code te selecteren. De RVO hanteert specifieke codes per type investering en een verkeerde code kan leiden tot afwijzing. Controleer altijd de meest recente versie van de Energielijst, want codes kunnen jaarlijks wijzigen. Bewaar alle documentatie, zoals facturen, contracten en de bevestiging van de RVO, zorgvuldig in je administratie.
De meest gemaakte fouten bij het combineren van ERE’s met de EIA of MIA zijn: te laat melden bij de RVO, de verkeerde lijstcode gebruiken, EIA en MIA tegelijk aanvragen voor dezelfde investering, en onvoldoende documentatie bewaren. Elk van deze fouten kan leiden tot het volledig mislopen van de fiscale aftrek, ook als de investering inhoudelijk aan alle voorwaarden voldoet.
Een andere veelgemaakte fout is het niet controleren of een investering wel op de meest actuele Energielijst staat. Bedrijven baseren zich soms op informatie van een jaar eerder, terwijl de lijst inmiddels is aangepast. Investeringen die in 2025 nog in aanmerking kwamen, kunnen in 2026 van de lijst zijn verwijderd of een andere code hebben gekregen.
Verder onderschatten veel ondernemers de complexiteit van gecombineerde investeringen waarbij meerdere componenten betrokken zijn. Zonder een duidelijke uitsplitsing per bedrijfsmiddel is het lastig om te bepalen welke regeling voor welk onderdeel geldt. Dit leidt regelmatig tot gemiste kansen of fouten in de aangifte.
Tot slot vergeten bedrijven soms dat ook batterijoplossingen en andere energieopslagsystemen onder bepaalde voorwaarden op de Energielijst kunnen staan en dus in aanmerking kunnen komen voor de EIA. Door de lijst niet volledig te scannen, laten ondernemers soms aftrek liggen zonder het te weten.
Wil je zeker weten dat jouw investeringen correct worden aangemeld en dat je alle beschikbare fiscale voordelen benut? Neem contact op met ons en we kijken samen met jou naar de beste aanpak voor jouw situatie.
Ja, maar alleen het zakelijke deel van de investering komt in aanmerking voor de EIA. Als een bedrijfsmiddel bijvoorbeeld voor 70% zakelijk wordt gebruikt, mag je ook slechts 70% van het investeringsbedrag opgeven voor de aftrek. Zorg ervoor dat je de zakelijke verhouding goed kunt onderbouwen met administratieve documentatie, want de Belastingdienst kan hierom vragen bij een controle.
Als je de melding te laat doet, vervalt het recht op EIA of MIA volledig voor die investering — er is geen mogelijkheid tot herstel of bezwaar op basis van de termijnoverschrijding. De RVO hanteert deze termijn strikt, ongeacht de reden voor de vertraging. Het is daarom aan te raden om de melding direct na het ondertekenen van het contract in te plannen, bij voorkeur binnen de eerste weken.
Ja, huurders en lessees kunnen in aanmerking komen voor de EIA, mits zij de investering zelf financieren en het bedrijfsmiddel zakelijk inzetten in hun eigen onderneming. De eigendom van het bedrijfsmiddel hoeft dus niet bij de gebruiker te liggen. Wel is het belangrijk dat de kosten aantoonbaar voor rekening van de huurder komen en dat dit duidelijk is vastgelegd in het huur- of leasecontract.
Controleer beide lijsten op de website van de RVO en zoek de specifieke code op die bij jouw bedrijfsmiddel past. Staat een investering op beide lijsten, vergelijk dan de aftrekpercentages en de bijbehorende voorwaarden om te bepalen welke regeling het meeste oplevert. In de meeste gevallen is de EIA voordeliger voor puur energiegerichte investeringen, maar bij investeringen met een bredere milieudimensie kan de MIA — eventueel gecombineerd met VAMIL — een aantrekkelijker totaalpakket bieden.
Dat is toegestaan, maar alleen als de componenten daadwerkelijk als afzonderlijke bedrijfsmiddelen kunnen worden aangemerkt en elk op een andere lijst staan. De splitsing moet zakelijk en technisch te rechtvaardigen zijn — een kunstmatige opsplitsing puur om fiscaal voordeel te behalen wordt door de Belastingdienst niet geaccepteerd. Laat een dergelijke constructie vooraf toetsen door een specialist om risico's op terugvordering te vermijden.
Bij een afwijzing ontvang je een beschikking van de RVO met de reden van de afwijzing. In veel gevallen gaat het om een onjuiste lijstcode, een te laat ingediende melding, of een investering die niet aan de omschrijving op de Energielijst voldoet. Je kunt bezwaar maken tegen de beschikking, maar controleer eerst kritisch of de afwijzingsreden terecht is. Schakel indien nodig een adviseur in die de melding opnieuw beoordeelt en eventueel een herziene aanvraag of bezwaarschrift opstelt.
Je bent verplicht om alle relevante documentatie — zoals facturen, contracten, de RVO-bevestiging en eventuele correspondentie — minimaal zeven jaar te bewaren, conform de algemene fiscale bewaarplicht. Voor bedrijfsmiddelen die ook na meerdere jaren nog fiscaal relevant zijn, zoals bij langlopende afschrijvingen, kan een langere bewaartermijn gelden. Sla de documenten bij voorkeur zowel digitaal als fysiek op, zodat je bij een eventuele controle snel en volledig kunt reageren.