Het aantal ERE’s dat een project oplevert, bereken je door de gerealiseerde energiebesparing in megajoules te vermenigvuldigen met een vastgestelde conversiefactor die per energiedrager verschilt. ERE staat voor Eenheid Rendabele Energie en vormt de rekeneenheid binnen de Energie-investeringsaftrek (EIA) en vergelijkbare subsidie- en stimuleringsregelingen voor bedrijven. Als je wilt weten of jouw investering in aanmerking komt of hoeveel voordeel je kunt verwachten, kun je altijd contact met ons opnemen voor een helder en onafhankelijk advies. In dit artikel beantwoorden we de meest gestelde vragen over de ERE-berekening, van de basisformule tot de juiste tools.
Het aantal ERE’s dat een project oplevert, wordt bepaald door drie factoren: de hoeveelheid energie die het project bespaart of opwekt, het type energiedrager dat daarbij betrokken is, en de conversiefactor die aan die energiedrager gekoppeld is. Hoe groter de besparing en hoe hoger de conversiefactor, des te meer ERE’s een project genereert.
De energiebesparing wordt altijd uitgedrukt in megajoules (MJ) per jaar. Voor elektriciteit geldt een andere conversiefactor dan voor aardgas of warmte, omdat de primaire energie-inhoud per drager verschilt. Een project dat elektriciteit bespaart, scoort daardoor doorgaans meer ERE’s per bespaard kilowattuur dan een project dat alleen gasverbruik vermindert.
Daarnaast speelt de schaal van het project een rol. Een grote productielijn met een hoog energieverbruik levert bij dezelfde efficiencyverbetering meer ERE’s op dan een kleine installatie. Voor MKB-ondernemers in energie-intensieve sectoren zoals productie of logistiek is dit een belangrijk gegeven bij het prioriteren van investeringen.
De officiële rekenformule voor ERE’s is: ERE = energiebesparing (in MJ/jaar) × conversiefactor. De conversiefactor is vastgelegd in de regelgeving en verschilt per energiedrager. Voor elektriciteit bedraagt de conversiefactor doorgaans 2,5, wat de hogere primaire energiewaarde van elektriciteit weerspiegelt ten opzichte van directe warmtebronnen.
In de praktijk werkt de berekening als volgt. Stel dat een nieuwe compressor 50.000 kWh elektriciteit per jaar bespaart ten opzichte van de oude installatie. Je rekent dit eerst om naar megajoules: 50.000 kWh × 3,6 MJ/kWh = 180.000 MJ. Vervolgens pas je de conversiefactor toe: 180.000 MJ × 2,5 = 450.000 ERE’s.
Het is belangrijk dat de besparing aantoonbaar is en wordt berekend ten opzichte van een referentiesituatie, de zogenaamde nulsituatie. Dit is de situatie zonder de investering. Het verschil tussen de nulsituatie en de nieuwe situatie vormt de basis van de berekening. Onjuiste referentiewaarden zijn een veelgemaakte fout die aanvragen kan vertragen of afkeuren.
Projecten die grote hoeveelheden elektriciteit besparen of opwekken, leveren over het algemeen de meeste ERE’s op, omdat elektriciteit de hoogste conversiefactor heeft. Denk aan grootschalige LED-verlichting, frequentieregelaars op motoren, warmtepompen en energiemanagementsystemen in industriële omgevingen.
Specifiek scoren de volgende projecttypen structureel hoog:
Een batterijoplossing kan in combinatie met andere maatregelen bijzonder effectief zijn voor bedrijven die te maken hebben met hoge piekvermogenkosten. De combinatie van besparing en slimme opslag vergroot het totale ERE-rendement van een investering aanzienlijk.
Geraamde ERE’s zijn de verwachte besparing die je vooraf berekent bij het indienen van een subsidieaanvraag of EIA-melding. Gerealiseerde ERE’s zijn de werkelijk behaalde besparing na uitvoering van het project, gemeten op basis van actueel energieverbruik. Het verschil tussen beide kan invloed hebben op de definitieve subsidietoekenning of fiscale aftrek.
In de aanvraagfase werk je altijd met geraamde ERE’s. Deze zijn gebaseerd op technische specificaties van de installatie, het verwachte gebruik en de referentiesituatie. Leveranciers en fabrikanten leveren hiervoor doorgaans technische documentatie aan.
Na realisatie kunnen de werkelijke ERE’s afwijken door factoren als een veranderd productieniveau, een andere bezettingsgraad of afwijkingen in het daadwerkelijke gebruik van de installatie. In de meeste regelingen is een zekere bandbreedte toegestaan, maar grote afwijkingen kunnen leiden tot correcties. Het is daarom verstandig om de aannames in de geraamde berekening zo realistisch mogelijk te houden en te baseren op historische verbruiksdata van je eigen bedrijf.
Voor de ERE-berekening zijn meerdere tools beschikbaar, waaronder de officiële rekentool van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO), branchespecifieke rekenmodellen en energieadviestools van gespecialiseerde adviseurs. De RVO-tool is het meest gebruikte startpunt voor EIA-aanvragen en hanteert de officieel vastgestelde conversiefactoren.
Naast de RVO-tool bieden sommige brancheverenigingen eigen rekenmodellen aan die zijn afgestemd op specifieke sectoren zoals de voedingsindustrie, metaalbewerking of koeltechniek. Deze modellen houden rekening met sectorspecifieke referentiewaarden en typische installatieparameters, wat de nauwkeurigheid van de berekening vergroot.
Een praktische aanpak is om de berekening in drie stappen op te zetten:
Wil je zeker weten dat je berekening klopt en dat je geen subsidiekansen misloopt? Bekijk eerst onze werkwijze om te zien hoe wij bedrijven begeleiden bij dit soort trajecten. Wij denken graag met je mee over de meest rendabele aanpak voor jouw specifieke situatie. Neem contact op en plan een vrijblijvend gesprek met een van onze energiespecialisten.
De basisberekening kun je in principe zelf uitvoeren als je beschikt over betrouwbare verbruiksdata en de technische specificaties van de nieuwe installatie. Toch raden we aan om bij grotere investeringen of complexe projecten een energieadviseur in te schakelen. Fouten in de referentiesituatie of het gebruik van verkeerde conversiefactoren zijn veelvoorkomende valkuilen die een aanvraag kunnen vertragen of afkeuren.
Als de werkelijk behaalde ERE's sterk afwijken van de geraamde waarden, kan dit leiden tot een correctie van de toegekende subsidie of fiscale aftrek. De meeste regelingen hanteren een toegestane afwijkingsmarge, maar grote verschillen worden kritisch beoordeeld. Zorg daarom dat je aannames in de geraamde berekening zo realistisch mogelijk zijn en gebaseerd op historische bedrijfsdata in plaats van theoretische maximaalwaarden.
Ja, voor de Energie-investeringsaftrek gelden drempelwaarden die per regeling en per jaar kunnen variëren. Het is daarom belangrijk om de actuele voorwaarden op de website van de RVO te raadplegen of een adviseur te consulteren voordat je een investering plant. Kleine projecten die individueel net onder de drempel vallen, kunnen soms worden gebundeld om toch in aanmerking te komen.
Ja, dat is mogelijk en zelfs gebruikelijk bij grotere renovatie- of optimalisatieprojecten. Elke maatregel wordt dan afzonderlijk berekend met de bijbehorende energiedrager en conversiefactor, waarna de ERE's worden opgeteld. Let er wel op dat maatregelen die elkaars effect beïnvloeden — zoals isolatie én een warmtepomp — zorgvuldig worden berekend om dubbeltellingen te vermijden.
De conversiefactoren worden periodiek herzien door de overheid en kunnen van jaar tot jaar licht variëren. De meest actuele en officieel geldende waarden vind je altijd op de website van de RVO of in de bijlagen van de betreffende regeling. Gebruik nooit verouderde factoren uit oudere handleidingen of rekentools die al een tijd niet zijn bijgewerkt, want dit kan leiden tot onjuiste berekeningen.
Zelf opgewekte energie via zonnepanelen kan onder bepaalde voorwaarden meewegen in de ERE-berekening, met name wanneer de opwek direct leidt tot een aantoonbare vermindering van het nettoverbruik van het bedrijf. De exacte toerekening hangt af van de specifieke regeling en de manier waarop de energiestroom wordt gemeten en gedocumenteerd. Een energieadviseur kan helpen bepalen hoe je de opwek correct meeneemt in de aanvraag.
De meest voorkomende fout is het onjuist of te optimistisch vaststellen van de nulsituatie, oftewel de referentiesituatie zonder investering. Wanneer het huidige verbruik wordt overschat, lijkt de besparing groter dan ze in werkelijkheid is, wat bij controle tot afkeuring of terugvordering kan leiden. Baseer de nulsituatie altijd op aantoonbare, historische verbruiksgegevens en bewaar deze documentatie zorgvuldig als onderbouwing van je aanvraag.