Europees klimaatbeleid heeft een directe en groeiende invloed op de prijs en beschikbaarheid van ERE’s (Energie Rechtstreeks aan de bron, ook wel Garanties van Oorsprong of vergelijkbare certificaten voor hernieuwbare energie). Hoe strenger de EU haar klimaatdoelstellingen aanscherpt, hoe groter de vraag naar deze certificaten wordt en hoe meer de marktdynamiek verschuift. Voor MKB-ondernemers die grip willen houden op hun energiekosten, is het belangrijk om dit te begrijpen. Heb je vragen over hoe dit jouw bedrijf raakt? Neem gerust contact op en we helpen je verder.
Het EU-klimaatbeleid beïnvloedt de prijs van ERE’s door de vraag ernaar structureel te verhogen, terwijl het aanbod van gecertificeerde hernieuwbare energie niet altijd even snel meegroeit. Bedrijven die moeten voldoen aan Europese rapportage- en verduurzamingsverplichtingen, kopen ERE’s om hun groene energieverbruik aan te tonen, wat de marktprijs opdrijft.
De kern van dit mechanisme ligt in de Europese Green Deal en de bijbehorende wetgeving. De EU stelt steeds hogere eisen aan bedrijven als het gaat om het inzichtelijk maken van hun CO2-uitstoot en energieverbruik. ERE’s zijn voor veel ondernemingen het meest praktische instrument om aan te tonen dat zij groene stroom inkopen. Naarmate meer bedrijven dit instrument nodig hebben, neemt de concurrentie op de ERE-markt toe en stijgen de prijzen.
Tegelijkertijd stimuleert het EU-beleid ook de productie van hernieuwbare energie via subsidies en verplichte doelstellingen voor lidstaten. Dit vergroot op termijn het aanbod van ERE’s, maar de vraagstijging loopt in 2026 nog altijd voor op de aanbodgroei in veel segmenten van de markt.
De Fit for 55-wetgeving vergroot de vraag naar ERE’s aanzienlijk doordat het pakket bedrijven verplicht hun uitstoot met minimaal 55 procent te verminderen ten opzichte van 1990. Om aan deze doelstelling te voldoen, zetten steeds meer ondernemingen ERE’s in als onderdeel van hun verduurzamingsstrategie, wat de markt voor deze certificaten verder onder druk zet.
Fit for 55 is geen enkelvoudige wet, maar een pakket van maatregelen dat meerdere sectoren raakt. Het herziene EU Emissions Trading System (ETS), de aangescherpte Renewable Energy Directive (RED III) en de Energy Efficiency Directive werken samen om bedrijven te dwingen concreet actie te ondernemen. Voor energie-intensieve sectoren zoals productie, logistiek en horeca betekent dit dat het aantonen van duurzaam energieverbruik via ERE’s steeds minder optioneel en steeds meer een zakelijke noodzaak wordt.
Praktisch gezien leidt dit tot hogere kosten voor ERE’s op de korte termijn. Bedrijven die nu nog wachten met het opbouwen van een strategie rondom groene certificaten, zullen in de komende jaren te maken krijgen met hogere inkoopprijzen door de toegenomen concurrentie.
Het Carbon Border Adjustment Mechanism (CBAM) en ERE’s zijn complementaire instrumenten binnen het Europese klimaatbeleid. CBAM legt een CO2-heffing op aan importproducten uit landen met minder streng klimaatbeleid, terwijl ERE’s bedrijven helpen aan te tonen dat hun eigen energieverbruik koolstofarm is. Samen versterken ze de prikkel voor bedrijven om te verduurzamen.
CBAM is in eerste instantie gericht op sectoren als staal, cement, aluminium, kunstmest en elektriciteit. Importeurs van deze producten moeten CO2-certificaten aankopen die overeenkomen met de uitstoot die bij de productie is vrijgekomen. Voor Europese producenten in deze sectoren wordt het daarmee extra relevant om via ERE’s aan te tonen dat hun productieproces gebruikmaakt van hernieuwbare energie, omdat dit hun concurrentiepositie ten opzichte van buitenlandse aanbieders versterkt.
Voor MKB-bedrijven die niet direct in de CBAM-sectoren opereren, is de indirecte invloed ook merkbaar. Toeleveranciers en afnemers in hun keten worden geraakt door CBAM-verplichtingen, wat druk legt op de hele keten om transparanter te zijn over energieverbruik en CO2-uitstoot. ERE’s worden daarmee ook buiten de direct gereguleerde sectoren een steeds relevanter instrument.
Ja, MKB-bedrijven moeten ERE’s serieus meenemen in hun energiestrategie. Grote afnemers, aanbestedende overheden en internationale partners stellen steeds vaker eisen aan het verduurzaamde energieverbruik van hun leveranciers. ERE’s zijn een toegankelijk middel om hieraan te voldoen en tegelijkertijd te voldoen aan groeiende Europese rapportageverplichtingen.
De Corporate Sustainability Reporting Directive (CSRD) verplicht een groeiende groep bedrijven om te rapporteren over hun energieverbruik en de herkomst daarvan. Hoewel de CSRD in eerste instantie grote ondernemingen treft, werkt de rapportageplicht door in de keten: kleine en middelgrote toeleveranciers worden gevraagd om data aan te leveren aan hun grotere partners. ERE’s bieden daarvoor een gestandaardiseerd en erkend bewijsmiddel.
Naast de compliancekant bieden ERE’s ook een strategisch voordeel. Bedrijven die aantoonbaar duurzaam opereren, onderscheiden zich in aanbestedingen en bij klanten die duurzaamheid als inkoopcriterium hanteren. Het is dan ook slim om ERE’s niet als kostenpost te zien, maar als onderdeel van een bredere professionele energiestrategie.
De verdere aanscherping van het Europese klimaatbeleid zal de energiekosten voor bedrijven naar verwachting verhogen, zowel direct via hogere CO2-prijzen in het ETS als indirect via stijgende ERE-prijzen en grotere nalevingslasten. Bedrijven die nu investeren in verduurzaming en slimme energiecontracten, beperken hun blootstelling aan deze kostenstijgingen.
De EU heeft aangekondigd de klimaatdoelstellingen voor 2030 en 2050 verder aan te scherpen. Dit betekent dat de druk op bedrijven om te verduurzamen alleen maar toeneemt. Hogere ETS-prijzen maken fossiele energie duurder, terwijl de vraag naar hernieuwbare energie en bijbehorende certificaten blijft groeien. Voor energie-intensieve sectoren kan dit een substantiële impact hebben op de operationele kosten.
Slim inspelen op deze ontwikkelingen vraagt om een combinatie van maatregelen: het optimaliseren van het energiecontract, investeren in eigen opwek of een batterijoplossing, en het tijdig opbouwen van een ERE-strategie. Bedrijven die proactief handelen, zijn beter gepositioneerd dan bedrijven die wachten totdat nieuwe regelgeving hen dwingt te reageren.
De complexiteit van het Europese klimaatbeleid en de gevolgen ervan voor energiekosten maken onafhankelijk advies waardevol. Wij helpen MKB-ondernemers dagelijks om grip te krijgen op hun energiekosten en voorbereid te zijn op wat komen gaat. Neem contact op en plan een vrijblijvend gesprek met een van onze energiespecialisten.
De eerste stap is het in kaart brengen van uw huidige energieverbruik en de rapportageverplichtingen waaraan uw bedrijf moet voldoen of binnenkort aan moet gaan voldoen. Vervolgens kunt u via een energieleverancier of een onafhankelijk energieadviseur ERE's inkopen die aansluiten op uw verbruiksprofiel. Het is verstandig om dit niet ad hoc te doen, maar als onderdeel van een meerjarige energiestrategie, zodat u niet elk jaar opnieuw wordt verrast door stijgende marktprijzen.
Een Garantie van Oorsprong (GvO) is de officiële Europese term voor het certificaat dat bewijst dat één megawattuur (MWh) elektriciteit afkomstig is uit een hernieuwbare bron, zoals wind, zon of water. ERE is een bredere term die in de praktijk vaak wordt gebruikt om vergelijkbare certificaten aan te duiden. In de Nederlandse en Europese markt zijn GvO's het meest gangbare en wettelijk erkende instrument voor het aantonen van hernieuwbaar energieverbruik.
Ja, ook als uw bedrijf momenteel niet direct onder de CSRD valt, is het verstandig om alvast actie te ondernemen. Grote klanten en opdrachtgevers die wél onder de CSRD vallen, zijn verplicht om duurzaamheidsdata op te halen bij hun toeleveranciers, wat betekent dat u als MKB-leverancier indirect aan dezelfde eisen moet voldoen. Bovendien vergroot vroegtijdig handelen uw onderhandelingspositie: ERE's zijn nu nog goedkoper in te kopen dan wanneer de vraag door verdere wetgeving verder oploopt.
Een veelgemaakte fout is het behandelen van ERE's als een losse aankoop in plaats van als onderdeel van een bredere energiestrategie. Hierdoor kopen bedrijven certificaten op het verkeerde moment, betalen ze een te hoge prijs of dekken ze niet het juiste verbruiksvolume af. Een andere veelgemaakte fout is het niet controleren of de aangekochte ERE's daadwerkelijk aansluiten op de rapportagecriteria van uw klanten of de specifieke eisen binnen Europese aanbestedingen — niet alle certificaten zijn voor elk doel gelijkwaardig.
Absoluut, en dit is voor veel MKB-bedrijven zelfs de meest kostenefficiënte aanpak. Energie die u zelf opwekt via zonnepanelen of een windinstallatie, kunt u in principe ook laten certificeren via een GvO-uitgifte, mits u bent aangesloten op het juiste registratiesysteem. Voor het deel van uw verbruik dat u niet zelf opwekt, vult u aan met ingekochte ERE's. Zo beperkt u uw afhankelijkheid van de marktprijs en bouwt u tegelijkertijd aan een duurzamere bedrijfsvoering.
Stijgende CO2-prijzen binnen het EU Emissions Trading System (ETS) werken indirect door in de energierekening van MKB-bedrijven, omdat energieleveranciers de hogere kosten voor fossiele opwekking doorberekenen in de stroomprijs. Hoe meer uw energiemix bestaat uit grijze stroom, hoe groter uw blootstelling aan deze prijsstijgingen. Door over te stappen op aantoonbaar groene stroom — ondersteund door ERE's — en te investeren in energiebesparing, verkleint u uw gevoeligheid voor toekomstige ETS-prijsstijgingen.
Veel standaard 'groene' energiecontracten bevatten al GvO's, maar de kwaliteit, herkomst en hoeveelheid van de certificaten verschilt sterk per contract en leverancier. Vraag uw leverancier expliciet om inzage in het GvO-register en controleer of de certificaten voldoen aan de eisen die uw klanten of rapportagekaders stellen — zoals de specifieke landherkomst of het type energiebron. Een onafhankelijke energieadviseur kan uw huidige contract doorlichten en aangeven of uw ERE-dekking toereikend is voor uw verduurzamingsdoelstellingen.