Een ERE (Energie Registratie Eenheid) en een garantie van oorsprong (GvO) zijn beide certificaten die bewijzen dat een bepaalde hoeveelheid elektriciteit duurzaam is opgewekt, maar ze worden in verschillende markten en systemen gebruikt. Een GvO is het Europees gestandaardiseerde certificaat dat breed erkend wordt binnen de EU, terwijl een ERE een nationaal registratie-instrument is dat in specifieke contexten wordt ingezet. Voor MKB-ondernemers die willen begrijpen wat hun groene energiecontract werkelijk inhoudt, is het verschil cruciaal. In dit artikel beantwoorden we de meest gestelde vragen over beide certificaten, zodat u precies weet waar u aan toe bent. Heeft u direct een vraag? Neem gerust contact op met ons team.
ERE’s en garanties van oorsprong werken als digitale bewijsstukken die gekoppeld zijn aan de productie van hernieuwbare energie. Voor elke megawattuur (MWh) duurzame elektriciteit die een producent opwekt, wordt één certificaat aangemaakt in een nationaal of Europees register. Wanneer een energieleverancier dat certificaat koopt en annuleert, mag hij de bijbehorende hoeveelheid stroom als groen verkopen aan zijn klanten.
In de praktijk betekent dit dat de fysieke stroom die door uw stopcontact komt niet letterlijk afkomstig is van een windmolen of zonnepaneel. Wat u koopt, is het bewijs dat ergens in het net een equivalente hoeveelheid groene stroom is ingevoed. De certificaten worden geregistreerd in systemen zoals het Garantie van Oorsprong Register (beheerd door CertiQ, nu onderdeel van Vertogas) voor GvO’s. ERE’s worden doorgaans geregistreerd in een apart nationaal systeem en zijn minder breed verhandelbaar op de Europese markt.
Het belangrijkste verschil is de geografische reikwijdte en erkenning. Een garantie van oorsprong is een Europees geharmoniseerd certificaat dat in alle EU-lidstaten wordt erkend en verhandeld. Een ERE is een nationaal instrument met een beperktere toepassingsscope en wordt niet automatisch erkend buiten de landsgrenzen.
Een GvO wordt uitgegeven voor hernieuwbare energiebronnen zoals wind, zon, water en biomassa. Het certificaat bevat informatie over de productiebron, de locatie, het tijdstip van opwekking en de hoeveelheid energie. Leveranciers gebruiken GvO’s om hun groene stroomlabels te onderbouwen richting toezichthouders en klanten. Omdat GvO’s Europees verhandelbaar zijn, kunnen Nederlandse leveranciers ook certificaten inkopen van bijvoorbeeld Noorse waterkrachtcentrales.
Een ERE functioneert als een nationaal registratie-instrument en wordt in bepaalde subsidie- en rapportagecontexten gebruikt. ERE’s zijn minder liquide op de internationale markt en worden niet altijd door Europese toezichthouders erkend als bewijs voor groene stroomclaims. Ze spelen wel een rol in specifieke nationale regelingen en rapportageverplichtingen voor bedrijven.
Voor officiële groene stroomclaims in Nederland en de rest van de EU tellen uitsluitend garanties van oorsprong mee. De Europese richtlijn voor hernieuwbare energie schrijft voor dat alleen GvO’s gebruikt mogen worden om aan te tonen dat geleverde elektriciteit afkomstig is uit hernieuwbare bronnen. ERE’s volstaan niet als bewijs voor een groene stroomclaim richting toezichthouders of in duurzaamheidsrapportages.
Dit is relevant voor bedrijven die moeten voldoen aan rapportageverplichtingen, zoals CO2-verslaglegging of het invullen van een duurzaamheidsverslag. Wie claimt dat zijn bedrijf op groene stroom draait, moet kunnen aantonen dat zijn leverancier de bijbehorende GvO’s heeft geannuleerd. Zonder die annulering is de claim formeel niet onderbouwd, ook al staat er “groen” op het energiecontract.
Voor uw zakelijke energiecontract bepalen deze certificaten of de stroom die u inkoopt daadwerkelijk als groen wordt erkend. Een contract met groene stroom op basis van GvO’s geeft u de zekerheid dat uw leverancier voor elke MWh die u verbruikt een erkend certificaat heeft geannuleerd. Dat is de basis voor elke serieuze duurzaamheidsclaim van uw bedrijf.
Bij het afsluiten of vergelijken van een zakelijk energiecontract is het verstandig te vragen welke certificaten de leverancier gebruikt. Sommige contracten bevatten groene stroom op basis van goedkope buitenlandse GvO’s, andere werken met Nederlandse certificaten van lokale productie. Dat verschil heeft geen invloed op de wettelijke geldigheid, maar kan wel relevant zijn voor uw communicatie over duurzaamheid. Wilt u weten hoe wij contracten beoordelen? Bekijk dan onze werkwijze voor een helder beeld van ons adviesproces.
U kunt controleren of uw groene stroom echt groen is door uw leverancier te vragen naar de stroometikettering en het bijbehorende GvO-bewijs. Leveranciers zijn wettelijk verplicht jaarlijks een stroometiket te publiceren dat aangeeft welk percentage van de geleverde stroom hernieuwbaar is en op basis van welke certificaten. Dit document is uw belangrijkste controlemiddel.
Concrete stappen om dit te verifiëren:
Veel ondernemers nemen genoegen met de vermelding “groene stroom” op hun factuur, zonder de onderliggende certificaten te controleren. Dat is begrijpelijk, maar wie duurzaamheidsdoelen heeft of hierover rapporteert, doet er goed aan dit structureel te verifiëren.
GvO’s zijn relevant voor elk bedrijf dat groene stroom inkoopt en daarover wil rapporteren of communiceren. ERE’s zijn met name relevant in de context van specifieke nationale subsidies, zoals bepaalde regelingen rondom zelfopwekking of saldering, waarbij nationale registratie een rol speelt. Voor de meeste MKB-ondernemers zijn GvO’s de praktisch relevante certificaten.
Specifieke situaties waarin certificaten voor uw bedrijf direct relevant zijn:
Voor energie-intensieve bedrijven in sectoren zoals productie, logistiek of horeca kan het optimaliseren van uw energiecontract op basis van de juiste certificaten een directe bijdrage leveren aan uw duurzaamheidsdoelen én uw kostenbeheer. Wij helpen u graag bij het analyseren van uw huidige contract en het vinden van de beste oplossing, inclusief inzicht in batterijoplossingen voor verdere verduurzaming. Neem contact op en ontdek wat wij voor uw bedrijf kunnen betekenen.
In de meeste gevallen verlopen GvO's via uw energieleverancier, die de certificaten namens u inkoopt en annuleert als onderdeel van uw contract. Het is echter ook mogelijk om als bedrijf zelfstandig GvO's aan te kopen via geaccrediteerde handelaren of makelaars, los van uw stroomleverancier. Dit kan interessant zijn als u meer controle wilt over de herkomst van uw certificaten, bijvoorbeeld als u specifiek Nederlandse of additionele hernieuwbare energie wilt onderbouwen in uw duurzaamheidsrapportage.
Ja, dat risico is reëel. Als uw leverancier nalaat de bijbehorende GvO's tijdig te annuleren in het register, kunt u uw groene stroomclaim formeel niet onderbouwen, ook al betaalt u voor een groen contract. Bij een audit, CO2-rapportage of aanbesteding kan dit leiden tot afwijzing of correctie van uw duurzaamheidsclaims. Het is daarom verstandig jaarlijks het stroometiket van uw leverancier op te vragen en dit te bewaren als onderdeel van uw administratie.
Voor de wettelijke geldigheid van uw groene stroomclaim maakt de herkomst geen verschil: een GvO van een Noorse waterkrachtcentrale is juridisch even geldig als een Nederlandse windcertificaat. Voor uw duurzaamheidsrapportage of communicatie richting stakeholders kan het echter wél relevant zijn, omdat sommige rapportagestandaarden zoals de GHG Protocol Scope 2-richtlijnen een voorkeur uitspreken voor marktconforme en lokale certificaten. Controleer welke eisen uw specifieke rapportagekader of certificering stelt voordat u een contract afsluit.
Vraag uw leverancier expliciet en schriftelijk te bevestigen dat de groene stroom in het contract wordt onderbouwd met geannuleerde garanties van oorsprong (GvO's) conform de Europese richtlijn voor hernieuwbare energie. Kijk daarnaast naar het gepubliceerde stroometiket van de leverancier: daarin staat vermeld welk percentage hernieuwbaar is en op basis van welk type certificaat. Is die informatie niet transparant of wordt er verwezen naar ERE's in plaats van GvO's voor uw groene stroomclaim, dan is extra navraag of een second opinion aan te raden.
De meest voorkomende fout is vertrouwen op de term 'groene stroom' op een offerte of factuur zonder te verifiëren welk type certificaat hieraan ten grondslag ligt. Sommige contracten worden als groen aangeboden op basis van goedkope buitenlandse GvO's of zelfs zonder volledige annulering, wat problemen kan opleveren bij rapportages of audits. Een tweede veelgemaakte fout is het niet bewaren van het jaarlijkse stroometiket, waardoor u achteraf geen bewijs heeft voor de periode waarover u rapporteert.
Op Europees niveau is de trend duidelijk richting verdere harmonisatie van certificatensystemen voor hernieuwbare energie, mede aangestuurd door de herziene Europese richtlijn voor hernieuwbare energie (RED III). Het is aannemelijk dat nationale instrumenten zoals ERE's op termijn verder worden geïntegreerd in of vervangen door het geharmoniseerde GvO-systeem. Voor nu is het verstandig uw duurzaamheidsstrategie te baseren op GvO's, omdat deze de meest toekomstbestendige en breed erkende standaard zijn.
Ja, als bedrijf met een eigen productie-installatie zoals zonnepanelen kunt u in aanmerking komen voor garanties van oorsprong of ERE's voor de energie die u zelf opwekt en op het net invoedt. De voorwaarden hangen af van het vermogen van uw installatie en de geldende nationale regelgeving. Het is raadzaam hierover contact op te nemen met een energieadviseur of de beheerder van het nationale register, zodat u ook de zelfopgewekte stroom correct kunt meenemen in uw duurzaamheidsrapportage.