30 juli 2026

Wat is het verschil tussen een ERE en een carbon credit?

Een ERE (Energie Registratie Eenheid) en een carbon credit zijn beide verhandelbare certificaten die bedrijven inzetten voor duurzaamheidsdoelstellingen, maar ze meten fundamenteel verschillende zaken. Een ERE bewijst dat er een bepaalde hoeveelheid hernieuwbare energie is opgewekt, terwijl een carbon credit staat voor de reductie of verwijdering van één ton CO2-equivalent. Voor MKB-ondernemers die hun energiestrategie willen optimaliseren, is het belangrijk dit onderscheid te begrijpen voordat je investeert. Twijfel je welk instrument bij jouw bedrijf past? Neem gerust contact op en we helpen je verder. In dit artikel beantwoorden we de meest gestelde vragen over ERE’s en carbon credits, zodat je weloverwogen keuzes kunt maken.

Hoe worden ERE’s en carbon credits elk gebruikt in de praktijk?

In de praktijk worden ERE’s gebruikt om aan te tonen dat een bedrijf groene stroom afneemt of opwekt. Carbon credits worden ingezet om de resterende CO2-uitstoot te compenseren die een bedrijf (nog) niet heeft kunnen reduceren. Beide instrumenten vullen elkaar aan, maar ze opereren in aparte markten met eigen spelregels.

Een productiebedrijf dat elektriciteit inkoopt, kan ERE’s aankopen om te bewijzen dat die stroom afkomstig is van wind- of zonne-energie. De ERE wordt dan “ingeleverd” of afgeboekt tegenover het verbruik. Carbon credits worden vaker ingezet bij uitstoot die moeilijker te vermijden is, zoals transportemissies of procesemissies in de industrie. Een logistiek bedrijf kan bijvoorbeeld carbon credits inzetten om zijn vloot te compenseren terwijl het werkt aan een elektrisch wagenpark.

Beide instrumenten worden verhandeld op gespecialiseerde markten. ERE’s zijn in Europa sterk gereguleerd via het Guarantees of Origin-systeem (ook wel “groencertificaten” of “GvO’s” genoemd). Carbon credits bestaan zowel in gereguleerde vormen (via het Europese emissiehandelssysteem, ETS) als op de vrijwillige koolstofmarkt.

Wat is een ERE precies en hoe werkt het certificeringssysteem?

Een ERE, in de Europese context beter bekend als een Garantie van Oorsprong (GvO), is een digitaal certificaat dat bewijst dat één megawattuur (MWh) elektriciteit is opgewekt uit een hernieuwbare bron zoals wind, zon of waterkracht. Het certificeringssysteem wordt in Nederland beheerd door CertiQ, een dochteronderneming van TenneT.

Elke energieproducent die hernieuwbare stroom opwekt, ontvangt automatisch één GvO per geproduceerde MWh. Die certificaten worden geregistreerd in een centraal systeem en kunnen worden verkocht aan energieleveranciers of rechtstreeks aan eindgebruikers. Wanneer een bedrijf groene stroom afneemt, worden de bijbehorende GvO’s op naam van dat bedrijf afgeboekt. Zo wordt dubbel tellen voorkomen: één MWh hernieuwbare energie kan maar één keer als “groen” worden geclaimd.

Het systeem maakt het mogelijk dat een bedrijf in Rotterdam groene stroom “claimt” die in Denemarken is opgewekt door windmolens. De fysieke stroom en het certificaat hoeven niet aan elkaar gekoppeld te zijn. Dit is een belangrijk punt voor bedrijven die nauwkeurig willen rapporteren over de herkomst van hun energie.

Wat is een carbon credit en hoe wordt de waarde bepaald?

Een carbon credit vertegenwoordigt de reductie of verwijdering van één ton CO2-equivalent (tCO2e) uit de atmosfeer. De waarde van een carbon credit wordt bepaald door factoren zoals de projectmethode, de verifiërende instantie, de geografische locatie van het project en de additionele maatschappelijke voordelen (co-benefits) die het project oplevert.

Op de vrijwillige koolstofmarkt variëren prijzen sterk. Goedkopere credits komen vaak van vermijdingsprojecten, zoals het voorkomen van ontbossing. Duurdere credits zijn doorgaans afkomstig van verwijderingsprojecten, zoals directe luchtafvang (Direct Air Capture) of biokool (biochar). De kwaliteit en betrouwbaarheid van een carbon credit hangen sterk af van de standaard waaronder het project is gecertificeerd, zoals Verra (VCS), Gold Standard of Plan Vivo.

Binnen het Europese emissiehandelssysteem (ETS) worden carbon credits, ook wel EUA’s (European Union Allowances) genoemd, verhandeld op basis van vraag en aanbod. De prijs fluctueert afhankelijk van beleidswijzigingen, economische activiteit en de beschikbaarheid van rechten. Voor MKB-bedrijven die niet onder het ETS vallen, is de vrijwillige markt doorgaans de relevante optie.

Welk instrument past bij welke duurzaamheidsdoelstelling?

ERE’s zijn het juiste instrument als je wilt aantonen dat je elektriciteitsverbruik afkomstig is van hernieuwbare bronnen. Carbon credits zijn geschikt als je de resterende CO2-uitstoot van je bedrijfsactiviteiten wilt compenseren die je (nog) niet kunt vermijden. De keuze hangt af van welk deel van je milieu-impact je wilt adresseren.

Wil je als bedrijf claimen dat je “100% groene stroom” gebruikt? Dan heb je ERE’s nodig. Wil je je totale CO2-voetafdruk reduceren of “klimaatneutraal” worden? Dan spelen carbon credits een rol, naast directe reductiemaatregelen. Veel duurzaamheidsstandaarden, zoals de Science Based Targets initiative (SBTi), geven overigens de voorkeur aan directe emissiereductie boven compensatie via carbon credits.

Een slimme aanpak combineert beide instrumenten: gebruik ERE’s om je stroomverbruik te verduurzamen, investeer in energiebesparende maatregelen via bijvoorbeeld een professionele energieaanpak, en zet carbon credits in voor de resterende uitstoot die je nog niet hebt kunnen elimineren. Zo bouw je stap voor stap aan een geloofwaardig duurzaamheidsprofiel.

Worden ERE’s en carbon credits anders behandeld in ESG-rapportages?

Ja, ERE’s en carbon credits worden in ESG-rapportages anders behandeld en vallen onder verschillende rapportagecategorieën. ERE’s zijn relevant voor de rapportage over energieverbruik en energiemix (Scope 2-emissies), terwijl carbon credits worden ingezet voor de compensatie van emissies in Scope 1, 2 of 3.

Binnen het GHG Protocol, de meest gebruikte standaard voor emissieregistratie, worden Scope 2-emissies berekend via twee methoden: de locatiemethode (op basis van de gemiddelde emissiefactor van het nationale net) en de marktmethode (op basis van contractuele afspraken, waarbij GvO’s een rol spelen). Bedrijven die willen rapporteren dat ze groene stroom gebruiken, moeten dit onderbouwen met geldige GvO’s onder de marktmethode.

Carbon credits worden in ESG-rapportages doorgaans apart vermeld als “compensaties” en mogen in de meeste standaarden niet worden afgetrokken van de bruto-emissies. Ze tellen als aanvullende maatregel, niet als vervanging van emissiereductie. Dit onderscheid is cruciaal voor bedrijven die zich voorbereiden op de Corporate Sustainability Reporting Directive (CSRD), die voor steeds meer MKB-bedrijven van toepassing wordt.

Wat moet een MKB-bedrijf weten voordat het ERE’s of carbon credits aankoopt?

Voordat je als MKB-bedrijf ERE’s of carbon credits aankoopt, moet je weten wat je ermee wilt bereiken, welke kwaliteitseisen gelden voor jouw rapportagestandaard, en wat de totale kosten zijn in verhouding tot de duurzaamheidswinst. Aankoop zonder heldere strategie leidt tot verspilling van budget en geloofwaardigheidsproblemen.

Houd rekening met de volgende aandachtspunten:

  • Doel bepalen: Wil je voldoen aan een klantvereiste, een ESG-rapportage invullen of een klimaatclaim onderbouwen? Het antwoord bepaalt welk instrument je nodig hebt.
  • Kwaliteit controleren: Koop ERE’s via erkende leveranciers met GvO’s gecertificeerd door CertiQ. Koop carbon credits alleen van projecten met erkende certificeringsstandaarden zoals Verra of Gold Standard.
  • Vintage en geldigheid: ERE’s en carbon credits hebben een productiejaar (vintage). Veel rapportagestandaarden vereisen dat de vintage overeenkomt met het jaar van verbruik of uitstoot.
  • Additionele maatregelen: Compensatie is geen vervanging voor energiebesparing. Investeer eerst in het verlagen van je verbruik via maatregelen zoals slimme energieopslag, en gebruik certificaten voor wat je nog niet hebt kunnen reduceren.
  • Contractuele afspraken: Controleer of je energieleverancier GvO’s levert die daadwerkelijk op jouw naam worden afgeboekt, of dat ze worden gepoold over de gehele klantenportefeuille.

Het aankopen van ERE’s of carbon credits is een strategische beslissing die past binnen een bredere energiestrategie. Wil je weten welke aanpak het beste aansluit bij de situatie van jouw bedrijf? Neem contact op en we denken graag met je mee over een concrete, kosteneffectieve aanpak.

Veelgestelde vragen

Kan ik ERE's en carbon credits combineren in één duurzaamheidsstrategie?

Ja, en dat is zelfs de aanbevolen aanpak. ERE’s dek je in voor je elektriciteitsverbruik (Scope 2), terwijl carbon credits de resterende uitstoot compenseren die je nog niet hebt kunnen vermijden (Scope 1 en 3). Zorg er wel voor dat je de twee instrumenten in je rapportage gescheiden houdt, zodat je duurzaamheidsclaims controleerbaar en geloofwaardig blijven.

Hoe weet ik of een carbon credit van voldoende kwaliteit is om te gebruiken in mijn rapportage?

Controleer altijd of de carbon credit gecertificeerd is door een erkende standaard zoals Verra (VCS), Gold Standard of Plan Vivo. Let daarnaast op de ‘vintage’ (het productiejaar), de projectmethode en of het project aanvullende co-benefits biedt zoals biodiversiteit of sociale impact. Vermijd credits die niet onafhankelijk zijn geverifieerd of afkomstig zijn van projecten zonder transparante documentatie.

Wat gebeurt er als ik groene stroom inkoop via mijn energieleverancier, maar geen aparte GvO's ontvang?

Dan kun je onder de marktmethode van het GHG Protocol mogelijk geen aanspraak maken op een lagere Scope 2-uitstoot. Veel energiecontracten bevatten wel groene stroom, maar de bijbehorende GvO’s worden gepoold over de gehele klantenportefeuille in plaats van op naam van jouw bedrijf afgeboekt. Vraag je leverancier expliciet om een bevestiging dat de GvO’s op jouw naam worden geregistreerd via CertiQ.

Geldt de CSRD ook voor mijn MKB-bedrijf, en zo ja, wat betekent dat voor mijn gebruik van ERE's en carbon credits?

De CSRD wordt stapsgewijs van toepassing op steeds meer bedrijven, waaronder grote MKB-ondernemingen en uiteindelijk ook kleinere bedrijven via de supply chain-vereisten van grote klanten. Onder de CSRD moeten compensaties via carbon credits apart worden gerapporteerd en mogen ze niet worden afgetrokken van je bruto-emissies. Het is dus verstandig om nu al te investeren in directe reductiemaatregelen, zodat je niet te sterk afhankelijk wordt van compensaties in je rapportage.

Zijn er risico's verbonden aan het openbaar claimen van '100% groene stroom' of 'klimaatneutraal' op basis van ERE's en carbon credits?

Ja, er zijn reputatie- en juridische risico’s als zulke claims niet goed worden onderbouwd. Toezichthouders en consumentenorganisaties treden steeds vaker op tegen greenwashing, en claims zoals ‘klimaatneutraal’ of ‘CO2-neutraal’ worden kritisch beoordeeld. Zorg dat je claims altijd worden gedekt door geldige, op naam afgeboekte certificaten, en wees transparant over welk deel van je uitstoot je compenseert versus daadwerkelijk reduceert.

Hoe begin ik als MKB-bedrijf met het in kaart brengen van mijn uitstoot voordat ik ERE's of carbon credits aanschaf?

De eerste stap is het opstellen van een CO2-voetafdruk op basis van het GHG Protocol, waarbij je Scope 1 (directe uitstoot), Scope 2 (ingekochte energie) en indien mogelijk Scope 3 (keten) in kaart brengt. Pas daarna weet je hoeveel en welk type certificaten je nodig hebt. Een energiespecialist kan je helpen deze inventarisatie te maken en een kosteneffectieve strategie te bepalen.

Wat is het verschil tussen de locatiemethode en de marktmethode bij Scope 2-rapportage, en wanneer gebruik ik welke?

De locatiemethode berekent je Scope 2-uitstoot op basis van de gemiddelde emissiefactor van het nationale elektriciteitsnet, ongeacht welke stroom je contractueel hebt ingekocht. De marktmethode houdt rekening met contractuele afspraken, zoals een groenstroomcontract met bijbehorende GvO’s, waardoor je een lagere of zelfs nul-uitstoot kunt rapporteren voor je elektriciteitsverbruik. De meeste internationale rapportagestandaarden vereisen dat je beide methoden rapporteert, maar de marktmethode is alleen geldig als je beschikt over aantoonbare, op naam afgeboekte GvO’s.