ERE’s integreren in een duurzame inkoopstrategie doe je door ze op te nemen als vast instrument naast of in combinatie met andere groene energieoplossingen, zoals GvO’s of PPA’s. Je koopt ERE’s in via erkende handelsplatformen of energieleveranciers, koppelt ze aan concrete verbruiksdata en verwerkt ze vervolgens in je duurzaamheidsrapportage. Dit werkt het beste voor MKB-ondernemers die aantoonbaar willen maken dat hun energieverbruik duurzaam gedekt is. In dit artikel beantwoorden we de meest gestelde vragen over ERE’s, van de basiswerking tot de praktische inkoop en verslaglegging. Heb je direct een vraag? Neem gerust contact op en we helpen je verder.
ERE’s, oftewel Energie Registratie Eenheden, zijn digitale certificaten die bewijzen dat een bepaalde hoeveelheid energie duurzaam is opgewekt. Voor elke megawattuur (MWh) hernieuwbare energie die een producent opwekt, wordt één ERE uitgegeven. Als bedrijf koop je deze certificaten los van je fysieke energielevering, waarmee je aantoont dat jouw verbruik gedekt is door groene opwekking.
In de praktijk werkt het als volgt: een energieproducent, bijvoorbeeld een windmolenpark of zonnepark, registreert zijn opgewekte stroom bij een erkende instantie. Per MWh wordt een uniek certificaat aangemaakt en in een register bijgehouden. Jij als afnemer koopt die certificaten, waarna ze worden ingetrokken zodat niemand anders ze opnieuw kan gebruiken. Dit systeem voorkomt dubbel tellen en maakt de herkomst van energie traceerbaar.
ERE’s zijn daarmee een administratief instrument, geen fysieke stroomlevering. Ze zeggen niets over de kwaliteit of het tijdstip van levering, maar ze geven wel een aantoonbare en verifieerbare claim op duurzame opwekking. Dat maakt ze populair bij bedrijven die snel en flexibel willen aantonen dat ze verantwoord omgaan met energie.
ERE’s passen binnen een duurzame inkoopstrategie als aanvullend instrument om de duurzaamheidsclaim van je energieverbruik te onderbouwen. Ze zijn met name geschikt wanneer je als bedrijf nog niet volledig kunt overstappen op directe groene levering via een PPA of eigen opwekking, maar wel aantoonbaar wilt verduurzamen.
Een goed doordachte duurzame inkoopstrategie bestaat doorgaans uit meerdere lagen. Allereerst probeer je je totale energieverbruik te reduceren door efficiëntiemaatregelen. Daarna bekijk je welk deel van je verbruik je direct duurzaam kunt inkopen via een groenstroomcontract of PPA. ERE’s vullen vervolgens het resterende verbruik aan, of dekken periodes en locaties waar directe groene inkoop niet mogelijk of betaalbaar is.
Voor MKB-ondernemers in energie-intensieve sectoren zoals productie of logistiek bieden ERE’s flexibiliteit. Je hoeft geen langlopende contracten af te sluiten en kunt de inkoop afstemmen op je actuele verbruik. Wil je weten hoe wij dit aanpakken? Bekijk dan onze werkwijze voor een helder beeld van hoe we bedrijven begeleiden bij energieverduurzaming.
Het belangrijkste verschil is dat GvO’s (Garanties van Oorsprong) het Europese certificatensysteem zijn voor hernieuwbare energie, ERE’s een bredere of aanvullende registratievorm zijn die ook andere energiebronnen kunnen omvatten, en PPA’s (Power Purchase Agreements) directe inkoopcontracten zijn waarbij je energie fysiek of financieel afneemt van een specifieke producent.
GvO’s zijn de meest bekende vorm van energiecertificaten in Europa en worden uitgegeven door nationale instanties zoals CertiQ in Nederland. Ze zijn gestandaardiseerd en breed erkend voor rapportagedoeleinden. ERE’s kunnen GvO’s omvatten, maar worden soms ook gebruikt als overkoepelende term voor bredere registratiesystemen, afhankelijk van de context of het land. In de Nederlandse markt wordt de term ERE minder gangbaar gebruikt dan GvO; het is verstandig om altijd te controleren welk certificaattype jouw leverancier bedoelt.
Een PPA is een stap verder dan een certificaat. Bij een PPA sluit je een contract met een specifieke energieproducent voor een afgesproken hoeveelheid stroom over meerdere jaren. Dit geeft meer zekerheid over prijs en herkomst, maar vraagt ook een grotere commitment. Certificaten zoals GvO’s en ERE’s zijn flexibeler en goedkoper, maar bieden minder directe koppeling aan een specifieke installatie of tijdsperiode.
Om ERE’s in te kopen doorloop je vier concrete stappen: breng je energieverbruik in kaart, selecteer een erkende handelaar of leverancier, koop de juiste hoeveelheid certificaten passend bij je verbruik en zorg voor correcte registratie en intrekking in een erkend register.
Een energieadviseur kan je helpen om dit proces efficiënt in te richten, zeker als je meerdere locaties of complexe verbruiksprofielen hebt. Overweeg ook of een batterijoplossing aanvullend zinvol is om je energieprofiel te optimaliseren.
Bij het kiezen van ERE’s let je vooral op de herkomst van de energie, de vintage (het productiejaar van de certificaten), de geografische locatie van de opwekinstallatie en of de certificaten zijn uitgegeven door een erkende en onafhankelijke instantie.
Niet alle certificaten zijn gelijk. Een certificaat voor windenergie uit Nederland heeft een andere marktwaarde en geloofwaardigheid dan een certificaat voor waterkracht uit een ander Europees land. Voor bedrijven die serieus werk willen maken van duurzaamheid is het raadzaam te kiezen voor certificaten die zo dicht mogelijk bij je eigen locatie en verbruiksperiode liggen.
Let ook op de vintage: certificaten van meer dan een jaar oud worden door sommige rapportagestandaarden niet meer geaccepteerd. Controleer altijd welke eisen jouw brancheorganisatie, klanten of verslagleggingskader stellen voordat je inkoopt. Transparantie over de herkomst is bovendien steeds belangrijker bij aanbestedingen en klantcommunicatie.
Je rapporteert over ERE’s door de ingetrokken certificaten te koppelen aan je energieverbruiksdata en dit op te nemen in je scope 2-emissies binnen een erkend rapportagekader, zoals GRI, CDP of de CO2-Prestatieladder. Gebruik daarvoor de marktgebaseerde methode, waarbij certificaten de emissiefactor van je verbruik bepalen.
In de praktijk betekent dit dat je per rapportageperiode aantoont hoeveel MWh je hebt verbruikt en hoeveel ingetrokken certificaten dit verbruik dekken. Bewaar altijd de intrekkingsbewijzen, want die vormen het bewijs voor je auditor of certificerende instantie.
Houd er rekening mee dat steeds meer rapportagestandaarden strengere eisen stellen aan de kwaliteit en tijdelijkheid van certificaten. Zorg dat je rapportage aansluit bij de eisen van je sector en eventuele klanten of aanbestedende partijen. Een goede administratie van je certificaten voorkomt problemen bij audits en versterkt de geloofwaardigheid van je duurzaamheidsclaims.
Wil je weten hoe je ERE’s optimaal integreert in jouw strategie en rapportage? Neem contact op met ons team en we begeleiden je stap voor stap naar een heldere en aantoonbaar duurzame energieaanpak.
ERE's zijn juist ook geschikt voor kleinere MKB-bedrijven. Er is geen minimale afnamehoeveelheid vastgesteld, en via erkende handelaren of energieleveranciers kun je al vanaf kleine hoeveelheden certificaten inkopen die aansluiten op jouw specifieke verbruik. Dit maakt ERE's een toegankelijke eerste stap naar aantoonbare verduurzaming, ook als je budget of verbruiksvolume beperkt is.
Als je meer certificaten inkoopt dan je daadwerkelijk verbruikt, kun je het overschot in sommige gevallen doorverkopen of overdragen aan een volgende periode, afhankelijk van de regels van het register en de geldigheid van de vintage. Het is echter verstandiger om je inkoop nauwkeurig af te stemmen op je verbruiksdata, zodat je geen onnodige kosten maakt. Een goede verbruiksanalyse vooraf voorkomt over- of onderinkoop.
GvO's zijn gestandaardiseerd binnen Europa en worden breed erkend voor rapportage- en aanbestedingsdoeleinden in de meeste EU-landen. Of ERE's in bredere zin worden geaccepteerd, hangt af van de specifieke eisen van de aanbestedende partij of het toepasselijke rapportagekader. Controleer altijd vooraf welk certificaattype en welke instantie door jouw klant of aanbestedende partij worden vereist, zodat je niet voor verrassingen komt te staan.
Greenwashing voorkom je door transparant en specifiek te zijn in je claims: vermeld altijd welk type certificaat je gebruikt, van welke bron en uit welk productiejaar de energie afkomstig is, en of de certificaten zijn ingetrokken via een erkend register. Vermijd vage uitspraken zoals '100% groen' zonder onderbouwing, en zorg dat je communicatie aansluit bij de feitelijke dekking van je verbruik. Steeds meer rapportagestandaarden en toezichthouders stellen hier strengere eisen aan, dus een gedegen administratie is essentieel.
Bij de locatiegebaseerde methode gebruik je de gemiddelde emissiefactor van het elektriciteitsnet in jouw regio, ongeacht welke energie je hebt ingekocht. Bij de marktgebaseerde methode mag je de emissiefactor gebruiken die hoort bij jouw specifiek ingekochte energie, inclusief ingetrokken certificaten zoals ERE's of GvO's. Voor bedrijven die duurzaamheidsclaims willen onderbouwen met certificaten is de marktgebaseerde methode de juiste keuze, mits de certificaten voldoen aan de eisen van het gehanteerde rapportagekader.
De inkoopfrequentie hangt af van je rapportagecyclus en verbruiksprofiel: sommige bedrijven kopen kwartaalgewijs in om hun verbruik nauwkeurig te matchen, anderen kiezen voor een jaarlijkse afrekening. Het beste moment is doorgaans vóór het afsluiten van je rapportageperiode, zodat de intrekking tijdig is verwerkt en je over geldige bewijzen beschikt voor je verslaglegging. Houd ook rekening met de vintage-eisen: koop bij voorkeur certificaten uit het lopende of voorgaande jaar.
Ja, ERE's en eigen opwekking via zonnepanelen vullen elkaar goed aan. Voor de energie die je zelf opwekt ontvang je in sommige gevallen zelf certificaten, terwijl ERE's het resterende netverbruik dat je niet zelf kunt dekken afdekken. Dit maakt je duurzaamheidsstrategie robuuster en geloofwaardiger, omdat je zowel directe opwekking als certificaatdekking combineert. Bespreek met je energieadviseur hoe je beide instrumenten optimaal op elkaar afstemt.